Een nimf binden is geen mysterie en geen miniatuurkunst om in te lijsten. Het is een body die taps toeloopt, een ribbel die niet loslaat, en een haakpunt die vrij blijft. In de werkplaats aan de Weesperzijde beginnen wij daarmee, omdat dit patroon op stil water en in trage stroom nuttig is op de dagen dat er niets aan de oppervlakte gebeurt. Dit stuk beschrijft de volgorde. De correctie van uw draadspanning blijft mensenwerk in de les.

Volgorde zonder omwegen
Zet de haak vast, punt van u af als u rechtshandig bindt, en dek de haaksteel met een egale laag draad. De staart blijft kort. Een staart zo lang als de haak zelf maakt geen ‘realistischere’ nimf; hij draait en haakt vast in uw eigen leader. De body bouwt u naar de thorax toe iets dikker, niet als een knikker halverwege. De ribbel, koperdraad of een dunne tinsel, legt u in gelijke windingen. Als de ribbel verspringt, haalt u hem eraf. Over de fout heen binden levert een bult op die u later ‘karakter’ noemt.
De thorax mag iets voller zijn dan de body. Het oog blijft vrij: geen draad, geen fibers, geen lijmfilm die het oog dichttrekt. Een vlieg die u niet aan de tippet krijgt, is niet af. Werk af met een nette kop en een druppel lak die niet over de haakpunt loopt. Leg de schaar dicht. Dat hoort bij het patroon, niet bij de huishoudelijke mededeling erna.
Drie controlepunten
Houd de nimf tegen het licht. De body loopt in één richting taps. De ribbel ligt elke winding ongeveer even ver. De punt is vrij en het oog is open. Faalt één punt, dan knipt u terug of begint u opnieuw. Twee lelijke nimfen leren meer dan tien die u ‘goed genoeg’ in de doos schuift. In de module Vliegen binden is dit de eerste avond, met materialen die klaarstaan zodat u niet een uur zoekt naar de juiste draad.
Proportie hangt samen met de haakmaat. Wij werken veel tussen maat 12 en 16. Kleiner kan, zodra uw windingen op 14 al gelijk zijn. Groter is geen shortcut voor slechte spanning. Een zware haak op een te lichte leader hoort niet bij deze oefening; die combinatie bespreekt u bij materiaal en bij het lezen van water, niet door de nimf op te blazen.
Van bank naar water
Een nimf vist u niet als een droogvlieg. U verwacht geen drijvend silhouet. U verwacht een presentatie onder of in de oppervlakte, met een leader die niet meteen als een zeil op de wind staat. Hoe u die baan kiest, staat in de denklijn van Waterlezen. Bind eerst drie exemplaren die op elkaar lijken. Daarna heeft het zin om over presentatie te praten. Eén toonbeeld en een la vol mislukkingen vullen geen doos.
Thuis heeft u een vise, draad, de staartvezel, de ribbel en een schaar nodig. Geen lade vol materialen ‘voor het geval dat’. De checklist op de academie noemt die minimumset. Houd u daaraan tot het patroon saai wordt van herhaling. Saai is hier het doel.