De overheadworp faalt in Amsterdam zelden door gebrek aan kracht. Hij faalt doordat de hengel niet stopt en de lijn geen tijd krijgt om zich te strekken. Op de oever van de Amstel zie ik dezelfde beweging: een zwaai tot achter het hoofd, een pols die doorgaat, en een lus die openvalt voordat de voorwaartse worp begint. Dit stuk legt de volgorde vast die wij in de les gebruiken, zodat u thuis niet een filmpje napraat dat met een andere wind is opgenomen.

Eerst de lijn van het water
Een overhead begint bij de pick-up. De lijn ligt recht voor u, de leader gestrekt genoeg om geen bocht mee de lucht in te nemen. U tilt met de hengel, de lijn komt los, en pas dan versnelt u naar de stop. Wie vanaf een slappe bocht optilt, werpt die bocht de lucht in en noemt het daarna ‘de wind’. De wind langs de Amstel is reëel. Een slappe pick-up is dat ook, en die kunt u wel corrigeren.
De achterwaartse stop staat ongeveer op het punt waar de hengel nog net niet uw oor raakt, iets buiten de verticale lijn. Het precieze punt hangt van uw arm af. Het criterium is niet een hoek uit een boek, maar een lus die achter u strekt voordat u naar voren gaat. Telt u hardop ‘stop, strek’, dan voorkomt u de overhaaste voorwaartse worp. In de module Worptechniek filmen wij dat van opzij, omdat uw gevoel de stop eerder meldt dan de hengel hem uitvoert.
De voorwaartse worp is geen slag
Naar voren beweegt u even lang en even beslist als naar achteren. De tweede stop zet de lus. Een slag alsof u een spijker in de lucht timmert, opent de lus en landt de leader in een hoop. Oefen op tien meter op een doel, niet op de overkant van de Amstel. Tien meter met een smalle lus is een les. Dertig meter met een open lus is een gewoonte die u later duur betaalt in vermoeidheid.
Staat er weinig ruimte achter u, zoals op veel kades, dan is de overhead de verkeerde eerste keuze. Wissel naar de roll cast in plaats van te draaien tot u in de fietsenstaat. Die worp hoort bij dezelfde leerlijn, niet bij een gevorderde cursus die u ‘nog niet mag’ volgen. Beginners leren hem vroeg, juist omdat de stad geen weide is.
Wat u deze week oefent
Twintig worpen, niet tweehonderd. Zeven van de tien landen bij het doel voordat u de afstand vergroot. Filmt u drie worpen van opzij en ziet u geen stop, dan stopt u de sessie. Doorgaan op een inzakkende vorm traint de fout. De checklist voor die sessie staat bij de Checklists. Neem een te zware lijn niet mee ‘omdat die zich beter laat voelen’; dat maskeerwerk behandelen wij apart bij de materiaalkeuze, niet als truc in dit stuk.
De Amstel gebruik u voor deze oefening als leeg water met stroom en wind, niet als visstek. U hoeft niets te vangen om de stop te leren. Wie de worp koppelt aan een vangstdoel, haalt de hengel te snel door en leert niets. Eerst de vorm, daarna het water dat u met een vergunning mag bevissen.